Om spraakverwarring te vermijden, is het goed om de verschillende begrippen gerelateerd aan mobiel werken, toe te lichten. Nee we gaan er geen academische zitting van maken. Ja het is wel nuttig om dat te doen bij start van deze weblog. Het is gewoon praktisch om precies te weten waarover het gaat bij termen zoals telewerken, mobiel werken, thuiswerken, e-werken. Eens te meer omdat die woorden heel makkelijk door elkaar worden gehaald en er eigenlijk geen eenduidige definitie bestaat.

De belangrijkste termen die voorkomen zijn :
- “telewerken” als verzamelnaam voor eender welke vorm van werk dat niet op kantoor wordt verricht
- “mobiel werken”, ook wel nomadisch telewerken of multi-locatie telewerken, waartoe we werknemers rekenen die op meerdere plaatsen buiten kantoor werken. Intuïtief voel je aan dat de beroepen in de verkoopsafdelingen (bijvoorbeeld vertegenwoordigers) daaronder vallen, maar ook werknemers die een vast aantal momenten per week thuis werken horen bij die groep. Mobiele werkers maken gebruik van mobiele communicatietechnologieën in combinatie met laptop, GSM, smartphone / PDA maar ook de gewone mobiele telefoon (je moet dus niet per sé uitgerust zijn met state-of-the-art apparatuur om mobiel te werken).
- “thuiswerken”, ook wel “telethuiswerken”, is de groep die enkel thuis werkt en niet op kantoor
- “werken op locatie” in een satellietkantoor of telecentrum. Een satellietkantoor is een omgeving buiten het hoofdkantoor die speciaal door een bepaald bedrijf is opgezet waar werkernemers kunnen werken. Een telecentrum wordt dan weer gebruikt door meerdere ondernemingen, en niet specifiek één bedrijf.

Telewerken wordt dus algemeen als begrip gebruikt, waar dan meerdere specifieke vormen zoals mobiel werken onder vallen. E-werken wordt gebruikt om alle vormen van telewerken aan te geven die door middel van communicatietechnologieën plaatsvinden. We kunnen ervan uitgaan dat telewerken en e-werken anno 2007 op hetzelfde neerkomen.

De vormen van telewerk die opduiken in Europese organisaties volgens het Emergence onderzoek (De cijfers dateren van 2004 en zijn slechts bedoeld om een indicatie te geven van de verschillende vormen van telewerken. Intussen is het aantal gegroeid, zijn mobiele technologieën sterker om zich heen gegrepen. De precieze definitie van elk van de begrippen zorgt ervoor dat cijfers verschillen tussen onderzoeken):
- Telewerk: 11, 8 % (werken vanop afstand in alle mogelijke vormen)
- Multi-locational werk: 9,9 % (werken vanop enkele locaties, bijvoorbeeld het hoofdkantoor en thuis)
- Satellietkantoren: 6,8 % (kantoren van een bedrijf, andere dan het hoofdkantoor, waar werknemers alle nodige faciliteiten hebben om te werken)
- Telethuiswerk: 1,4 % (enkel van thuis werken voor een onderneming)
- Telecentra: 0,9 % (kantoren waar werknemers van verschillende bedrijven de nodige werkfaciliteiten hebben)

In tegenstelling tot wat velen denken, is telewerk dus veel meer dan werknemers van thuis uit laten opereren met ICT-apparatuur. Blijkbaar is het thuiswerk de minst voorkomende vorm van telewerken, volgens het Europese Emergence onderzoek. De meest gebruikelijke vorm van telewerk daarentegen gebeurt vanuit verschillende locaties. De meeste telewerkers werken doorgaans één of twee dagen per week thuis.

Merkwaardig om te constateren is dat geen enkele van bovenstaande begrippen terug te vinden is in de Nederlandse versie van Wikipedia. In de Engelse versie vinden we wel degelijk de begrippen terug http://en.wikipedia.org/wiki/Telework. Geeft een van onze lezers de aftrap?

woensdag 31 januari 2007 (14:04) Diederik