Europees onderzoek toont aan dat het aantal telewerkers en mobiele werkers nog steeds blijft stijgen. In de verschillende Europese landen blijkt er eenzelfde mate van interesse te zijn in de vormen van telewerken. Echter, in de cijfers over het gebruik van telewerken zien we een heel sterk verschil tussen de verschillende landen… met als winnaar Nederland!

Telewerken is een fenomeen dat al jaren bestaat. In de jaren tachtig bijvoorbeeld was er in de Verenigde Staten al sprake van telework. Uiteraard kwam de toepassing niet voor op grote schaal en was de infrastructuur zeer beperkt. In de jaren negentig was er de doorbraak van communicatietechnologieën zoals laptop, mobilofonie en internet), die de infrastructuur voor telewerkers gefaciliteerd heeft.


Telewerken zit nog steeds in de lift, mede door de blijvende technische ontwikkelingen. Zowel de mogelijkheden van de toestellen groeien (smartphones, 3G mobiele telefoons) als de snelheden van het internetverkeer (breedband internet vast, breedband internet mobiel met technologieën zoals UMTS en HSDPA). Alle ingrediënten om overal te kunnen werken zijn met andere woorden aanwezig. En dat weerspiegelt zich dan ook in de marktcijfers, zowel op Europese schaal als in ons eigen land. Toch zit er nog meer in…

Cijfers over telewerken / mobiel werken in Europa
Recent onderzoek van de SIBIS (Statistical Indicators Benchmarking the Information Society) toont aan dat het aandeel van de werknemers die telewerkt in de ruime zin van het woord, zo ongeveer 13% bedraagt in Europa. Er doet zich evenwel een groot verschil voor tussen de Europese landen. Ons eigen land heeft relatief gezien het hoogste aantal telewerkers: ruim 1 op 4 werknemers doet aan een of andere vorm van telewerken. We worden gevolgd door – hoe kan het ook andes – de Scandinavische landen. De achterblijvers halen zelfs geen 5% aandeel.

Als het aankomt op interesse in telewerken, dan zien we een heel ander beeld. Ongeveer driekwart van de bevolking is geïnteresseerd in een van de vormen van telewerk. En dat cijfers is min of meer constant over het grootste deel van de Europese landen.

Nederland blijkt een goede voedingsbodem te hebben voor telewerk, zoals ook onderzoek op eigen bodem aantoont (Dr. Albert Benschop van de Universiteit Amsterdam). De belangrijkste zijn dat Nederland de meest ontwikkelde diensteneconomie heeft in Europa, een zeer sterke penetratie van communicatietechnologieën heeft en een vooruitstrevend arbeidsmarktbeleid in stand heeft.

Obstakels
Ondanks de groeicijfers en de snelle technische ontwikkelingen die telewerk mogelijk maken, blijven er nog steeds enkele obstakels. Professor Michel Walrave aan de universiteit Leuven: "Een grote meerderheid wil het, een kleine meerderheid kan het, maar een minderheid doet het". Dat is de samenvatting van zijn onderzoek in één regel. De grootste struikelblok blijkt op mentaal niveau te liggen: leidinggevenden en HR-managers kunnen moeilijk afstand nemen van hun traditionele manier van leidinggeven. Om telewerk succesvol te maken, is namelijk een verandering in het bedrijfsbeleid vereist en een andere manier van werkorganisatie. Zo moeten managers bijvoorbeeld anders omgaan met controle van hun werknemers, en daar hebben ze het dan blijkbaar moeilijk mee.

Daarnaast zoeken werknemers naar besparingen in hun woon-werk verplaatsingen en een beter evenwicht tussen werk en privé-leven. Maar die voordelen blijken niet altijd even makkelijk te realiseren omdat niet alle jobs zich lenen voor telewerk en omdat de wetgeving nog niet helemaal op punt staat.

donderdag 1 februari 2007 (15:59) Diederik